Soms duurt de zoektocht naar een camping eindeloos….

Donderdag 23 juli begint zonnig, en deze merel naast onze tent nam een zonnebad. We gaan verder naar de volgende camping. Waar? Onbekend, vast staat is dat we in Noord Westelijke richting gaan. 9:15 rijden we weg van Monmouth Caravan Park.  Een paar uur later willen we pauzeren. Koffie, tomatensoep zijn zo een paar verschillende wensen in het gezelschap.

 In Hay-on-Wye heeft een leuk stadscentrum, een leuk uitziend tentje voor coffee & soup is zo gevonden. Zoonlief en ik gaan vast naar binnen terwijl Ad de auto parkeert. Dat was de theorie, in de praktijk zijn parkeerplaatsen in het oude stadje niet te vinden. Ik zie overal mensen fout geparkeerd staan en na twee rondjes door het centrum geeft Ad het op. We gaan verder.

 

‘The Baskerville arms’  Niet veel verder vinden we buiten het stadje aanwijzingen die ons naar de naar de ‘the Baskerville Arms’sturen. Zo druk als het in het stadje was zo rustig is het hier. Ook al staat er buiten ‘Open’ en ‘Good Food’ binnen voorbij de hoordingang is alles nog op slot. Snel komt er iemand aan om de deur open te doen.  Op de gevel een zwarte hond, ongetwijfeld een verwijzing naar “the Hound of the Baskervilles’. Niet dat we er een hond zien, Ezra heeft al snel een ontmoeting met de kat des huizes. Ook zwart dat wel.

 

 Buiten staan dus de borden met ‘Open’ en ‘Good Food’. Maar, zoals we wel vaker meemaken, voor 12:00 moet je daar toch echt niet om vragen. Dat die borden er al wel staan…… koffie is te regelen maar soep…….. er is nog niemand voor de keuken, dus. Wij willen koffie en Ezra de soep, vandaag heeft Ez pech. Afijn voorlopig dan de dag is nog lang niet afgelopen. Terwijl Ez zich buiten vermaakt met de kat (of de kat met hem, dat weet je maar nooit) genieten wij van onze koffie. Lekkere vers gezette koffie. Ik berg mijn camera op in mijn tas voor ik naar de wc ga. Met twijfel, zal ik hem meenemen naar de wc? Wie weet wat te beleven is. Toch maar niet. Het kruip-door-sluip-door gehalte valt mee maar tot mijn verbazing zie ik vaste vloerbedekking tot achter de wc-potten. Soppen en dweilen zal niet gaan. Lichtknopjes zijn ook onvindbaar. Gelukkig heeft een v/d twee wc’s een buiten raampje en hoef ik het niet in het donker te doen. 

Verderrijdend word ik geconfronteerd met een hellingproef. De methode waarmee ik mijn rijbewijs gehaald heb faalt: de auto slaat af. Of het aan de methode ligt, aan de helling of de auto (die snel afslaat) geen idee. Voortaan doe ik het ook met de handrem ipv razendsnel van rem naar het gaspedaal switchen. In Nederland werkte dat altijd maar ja, daar zijn de hellingen van een ander kaliber.

 

Voor we hierboven aankwamen had ik het punt ‘hier wil ik niet rijden’ allang bereikt. Gelukkig vind Ad het dan vaak wel leuk. Na een lange dag rijden willen we de tent op zetten bij een camping. Volgens de kaart zijn er diverse maar niet duidelijk is langs welke weg we rijden. Dan zien we dit bord;

 

Gaan we ervoor? Het weggetje lijkt akelig smal. Wie weet ligt er een paradijselijke camping verscholen langs dit weggetje? Na een paar kilometer een splitsing. Geen camping bordjes meer maar wel namen van gehuchten die overeen komen met de namen op de campingbordjes. We kiezen voor Rhiwgam en rijden nog een paar kilometer verder op het weggetje dat alleen maar smaller wordt. Stil en verlaten is het ook. Kwamen we op het eerste stuk nog andere auto’s tegen, hier niemand. Gelukkig niet, het is een single-track-road.

 

Het weggetje slingert eindeloos verder tot we bij een huis waar wat verlaten stacaravans staan. Geen bordje camping, laat staan receptie. Minimaal 5 loslopende honden komen ons blaffend tegemoet. We trekken snel onze conclusie: ‘not‑our‑cup‑of‑tea!’ Terug en voorbij Machynillith zien we een eindelijk weer een bordje camping. Bij receptie hangt een bordje voor het raam ‘BACK SOON! Eenieder die hier wil kamperen moet vooral zijn tent op het veld neerzetten. Betalen kon later ook nog!

 

Llwyngern Farm. Staan we hier mooi of staan we hier mooi? Beneden rechts buiten beeld een woest stromende bergbeek. Voor de fotoliefhebbendediehards: nog meer foto’s van deze dag

Taking the day trip to Abergavenny, hoping the wheather is fine!

Ezra met verplichte helm.

6:00 ben ik wakker op onze eerste camping in Monmouth, Wales. Ik slaap goed op onze inflatable slaapmaat, maar als ik ’s morgens wakker wordt voel ik meteen hoe hard ik lig en meestal dat ik helemaal niet meer lekker lig. Opstaan is dan de enige oplossing. Vandaag regent het dus ik sta niet meteen op, om 6:30 of zo kom ik eruit. Ik zet koffie en langzaam klaart het op. Als ik terugkom van het wc-blok zijn de merels rond mijn stoel op zoek naar brood. 8:05 maak ik de mannen wakker. Het regent weer. Gelukkig laten we de tent vandaag staan. Eerste doel vandaag: Abergavenny. Tijdens de voorbereidingen thuis achter Google Earth viel de plaatsnaam meteen op. Ad ging meteen het nummer opzoeken bij Youtube en het deuntje zit sindsdien muurvast in mijn hoofd. Dat wil ik jullie niet aandoen, daarom geen link.

Echter de tweede zin van het liedje, ‘hoping the weather is fine…..’ blijkt geen onzin. Voor vandaag is het onbeslist. Droog, niet te koud dat is oké, maar het is ook donker en bewolkt, niet het zonnige onbezorgde weer wat ik met dit soort nummes associeer.

Onderweg van Monmouth naar Abergavenny. In Abergavenny parkeren we bij de Tourist Information. Ad vindt info over het National Coal Museum. Daar wil ik heen! we krijgen info over de route…… volgens de medewerkster zijn er routes over de berg waar niet iedereen wil rijden. Ha! Daar wil Ad juist wel langs. TomTom word ook ingezet en ik kies de optie: ‘kortste route’. Jawel, we krijgen een weg die nog smaller en steiler is dan de ruige route die de Tourist info aangaf. Een keer moeten we een onverhard karrenspoor op boven op de berg, dat laten we rechts liggen. Volgende weggetje is beter. Het museum is een echte aanrader. We melden ons eerst aan bij rondleiding. Ruim een uur helaas zegt de receptioniste. In een geduldige bui sluiten we onderaan de trap achteraan de rij aan.

Eindelijk zijn wij aan de beurt. Ons groepje mag naar binnen en we krijgen een riem met accu omgegespt. De accu is voor de lamp de helm. Met de lift gaan we naar beneden. Onze gids heeft zelf 30 jaar in de mijn gewerkt toen die (met dank aan Maggie Thatcher) moest sluiten. Hij begint met de kinderen van de groep uit te leggen dat het vroeger heel gewoon was dat kinderen ook in de mijn werkten. Één taak was dat een kind bij de klapdeur zat die dicht moesten blijven daar een kaars brandende hield. Om te laten zien hoe verschrikkelijk donker het was als de kaars uitwoei liet de gids ons onze lampen uitdoen. Niet eerder heb ik ergens gestaan waar het zonder verlichting zo aardedonker was.

Er zijn nog veel meer regels. Zo moeten we alles wat een vonk kan maken inleveren. Telefoons, camera’s, horloges en autosleutels, het moet allemaal in ingeleverd. Nog veel meer vertelde hij over hoe het vroeger was in de mijnen. Hard werken. Iedereen werkte 12 uur in de mijn. De mijnpony’s hadden het beter. Ook al moesten zij ook zwaar werk verrichten kwamen ze niet boven de grond, een pony werkdag duurde 8 uur, geen 12.

Op de weg terug door de Black Mountains naar de camping klaarde het weer op.

Taking a trip up to Abergavenny
Hoping the weather is fine
If you should see a red dog running free
Well, you know he’s mineA little photograph, a little photographA chase in the hills up to Abergavenny
I’ve got to get there and fast
If you can’t go
Then I promise to show you a photograph

Ah, passing the time with paradise people
Paradise people are fine by me
Sunshine forever, lovely weather
Don’t you wish you could be…

Taking a trip up to Abergavenny
Hoping the weather is fine
If you should see a red dog running free
Well, you know he’s mine

Ah, passing the time with paradise people
Paradise people are fine by me
Sunshine forever, lovely weather
Don’t you wish you could be…

A chase in the hills up to Abergavenny
I’ve got to get there and fast
If you can’t go
Then I promise to show you a photograph

La-la-la-la…

(Marty Wilde)

Real coffee or instant?

Onze nieuwste kampeeraanwinst, de koffiezetter voor in de auto. Hoe overleef ik mijn vakantie? Heel simpel; met koffie. Sinds 2003 gaan wij naar de Britse eilanden op vakantie. De kenner spot gelijk het probleem. Koffie in het Verenigd koninkrijk, vaak niet te drinken. In 1980 ging ik voor het eerst naar Ierland. 19 jaar oud was ik nog niet echt een liefhebber. Ging de groep koffie drinken dan deed ik dat ook. Het weer was bij vlagen nat en koud genoeg om een bakje warm vocht te waarderen. In 1987 maakte ik voor het eerst bewust kennis met het verschijnsel koffie op zijn Engels.

Men neme een gigantisch grote mok,

Doe daar één theelepeltje oploskoffie van onduidelijk merk in,

Vul die tot aan de rand met heet water,

Flink veel melk en suiker,

Et voilà: een in mijn ogen ondrinkbaar bocht staat voor je. Zie het maar eens weg te krijgen. Tijdens deze vakantie heb ik een kop van dit bocht uit het raam leeggegooid. Ik had niet het lef om toe te geven dat ik het vies vond, maar de peristaltiek van mijn maag maakte doordrinken onmogelijk.

2003 kampeerden we in Waterford langs de Thames. Elke morgen haalden we ons ontbijt bij een soort van snackcaravan die naast onze camping stond. De koffie heb ik één keer geprobeerd. Bovenstaand recept werd weer uitgevoerd. De daaropvolgende dagen liet ik de koffie voor wat hij was en bestelden we thee bij ons broodje.

2004 trokken we door Ierland. Het weer was typisch Iers, af en toe waren we echt aan een bakkie toe! Tegelijkertijd zochten we af en toe een Internetcafé, en op een dag zegt echtgenoot tegen me:

“Hier zitten er Italianen aan de koffie, dan zal de koffie hier vast wel goed zijn….” Inderdaad, daar hadden we een lekker bakje. Wat ook typisch Engels/Iers is om de koffie in dezelfde gigantische hoeveelheden te schenken als de thee. Bij bestellen van een bakje cafeïne kregen we regelmatig de voor ons Nederlanders ongewone vraag: “Large, medium or small?” na een paar vergissingen weten we hier ook raad mee en als in Belfast de vraag weer gesteld worden antwoorden we in koor een hartgrondig “SMALL!”

 

In Belfast noemen ze dit small. In Nederland doen we hier soep in. Om toch een soepkop koffie te krijgen. Op Italiaanse sterkte…..poeh, ik weet nog dat mijn cafeïneplekje bij deze gelegenheid stevig geraakt werd.

2005 moeten we de na aankomst in Schotland in de regen onze tent opzetten, daarna zijn we waren het snel eens, eten in de pub! Het was heerlijk. Echtgenoot nam de Haggis waar hij zich op verheugd had, ik griezelde van zijn bord en nam de zalmmoot. Toetje na, alles was heerlijk, het was gezellig, het liep allemaal perfect. Tijd voor een kopje koffie. Een pub waar alles zo geweldig is moet de koffie ook goed zijn, right? Wrong! Een hele kan vol met het slappe oplosbocht. Voor het eerst ging ik klagen. Wie weet leverde dan not wat op? Ik had ik nog niet geprobeerd. Nu weet ik het: Niets!

Optimistisch ging ik met mijn kannetje oploskoffie naar de bar, 

“Sorry, I can’t drink this coffee”

“Why not?”

“It is to weak!”

“So you want it stronger than?” Hij pakte de kan, kwakte uit een potje er een paar eetlepels oploskoffie bij, roerde eens en gaf me de kan terug. Ik was sprakeloos. Een jaar later waren we er weer. Achter de toonbank pronkte een Italiaans uitziende koffiemachine. Ernaast stond een grote koffiemolen met een bak geroosterde koffiebonen. Ook hier had de verkoper van Italiaanse koffie machines goed werk verricht. En wat doet echtgenoot? Hij bestelt,

“Two regular coffee” Ik rook het meteen, weer die vieze Britse instant oplosmeuk. Ik stuur het terug en vraag om een Cappuccino. Wat er er nu komt is wel lekker maar geen koffie. Een grote kom heerlijk warme melk, waar ongeveer 5 druppels koffie aan toegevoegd is. Ik hou wel van een kop schuimig geklopte warme melk…….

Dit jaar deden we twee keer een B&B weekendje in Ayr. Met al snel een stamkroeg; “The Twa Dugs”.Echt heel erg sfeervol. Op onze laatste middag komen we nog even binnen. Echtgenoot vraagt om een pint, krijgt hij natuurlijk ik vraag of ze koffie hebben, nee, dat niet dus ik neem niks. Tien minuten later komt de barman ongevraagd met een kopje koffie voor mij. Heel erg aardig bedoeld maar, weer ondrinkbaar. Ik probeer het wel, ik had niet het lef om uit te leggen dat ik een verwende fijnproever ben…… gelukkig zet echtgenoot het weg.

Op zich ging het vinden van een lekker bakje koffie steeds beter. Het buiten de deur koffie drinken is bij vlagen kostbaar. Iedere vakantie nam ik mij voor om dan maar minder koffie te drinken en mijn verslaving te negeren. Oploskoffie vind ik vies (ja ik ben verwend), zelf koffie maken op de ingewikkelde Coleman (de benzine brander van mijn pyromane echtgenoot) liet ik ook voor wat het was. Thuis heb ik geëxperimenteerd met een cafetière, dat werd ook niks. De druppel was het prijskaartje van onze koffie met allerlei heerlijks in de buurt van Avebury. £15,80 moest ik afrekenen. Op zich een redelijke prijs voor wat we besteld hadden, maar dag in dag uit liep dit uit de klauwen. Weer thuis na week 28 nam ik me voor om op de volgende vakantie toch zelf koffie te gaan zetten. Volgens echtgenoot waren er koffiezetapparaten die met een plug in de voeding van de auto konden. Ik vond dat altijd maar decadent, niet “echt” kamperen meer van dat soort irrationele argumentaties. Echtgenoot wilde toch al naar de tentenwinkel voor wat extra haringen, hij zou wel eens even kijken.

Terug bleek hij hem meteen gekocht te hebben. €15,- dat kon hij niet laten staan. “Wat een ding!” dacht ik eerst nog, hij is bijna even groot als ons reguliere koffiezetter, alleen de plug is anders en past in de sigarettenaanstekerplig. Tijdens een picknick die avond langs de IJsseldijk bij Deventer heb ik hem getest. Dat was de eerste en de laatste keer dat ik hem in één keer twee kopjes koffie liet zetten. Echtgenoot was in de winkel gewaarschuwd dat het nogal ‘langzaam’ zou gaan. Ik kon me daar niets bij voorstellen. Afijn, toen we onze broodjes met worst en salade ALLANG ophadden was de koffie klaar.

 In Wales heb ik ervan genoten. Echtgenoot en jongste zoon zijn echte uitslapers en knorden tevreden verder als ik tussen 6 en 7 mijn draai echt niet meer kon vinden en opstond.

 

Het ging heel simpel, ik zette het ding ’s morgens vroeg op de voetenruimte voor de passagiersstoel. Één kopje water erin, papieren filter, koffie en aanzetten. Ik heb nooit getimed hoe lang het duurde. Best wel lang maar wat maakt het uit ’s morgens voor zevenen op vakantie? Heerlijk zat ik daar, met mooi weer buiten naast de tent, bij regen binnen in het voortent gedeelte, genietend van mijn rust. Alle tijd om mijn dagboek bij te werken, de foto’s van de vorige dag door te kijken, een en ander te deleten. Echtgenoot en jongste zoon……… ik liet ze lekker slapen!

 

Andere trouwe metgezellen op de vroege morgen.