Een merkwaardig telefoongesprek, midden in de nacht

Jarenlang woonde ik in Lunteren. Ik was daar samen met Ivon en Wendy vanuit Barneveld per ongeluk terecht gekomen. We hadden de beneden verdieping van een boerderij. Wendy de sjieke voorkamer, Ivon de voorkamer bij de keuken en ik had de opkamer. 

Ceciel woonde ± 10 km verderop in Ede, aan het andere eind van de Hessenweg. Een mooie route dwars door het Lunterse buurtbos. Vlak voor het bos veranderde de asfalt weg zelfs in een romantische zandweg.

 Zij had een auto, een witte opel meen ik me vaag te herinneren. Na een avond gezellig kleppen gingen zij en hond Caz weer naar Ede. “Het rode lichtje van de benzine tank knippert maar die gaat veel te vroeg knipperen. Ik denk dat ik nu nog makkelijk dertig kilometer kan rijden!” vertrouwde ze me toe.

Ik reed geen auto, dus ik nam het voor kennisgeving aan. Ceciel had haar zaakjes in regel goed voor elkaar.  Wij gingen naar bed. Had ik er een voorgevoel van of zo, ik weet het niet meer maar zonder er echt een reden voor te hebben zette ik de telefoon met het verlengsnoer (dit was in 1983) naast mijn bed. Het was laat, ik sliep snel. Een uur later of zo, telefoon. Voor mijn gevoel midden in de nacht, wie kon dat zijn? Paul mijn vriend lag naast me in bed, wie kon er nog meer zo laat bellen….. 

“Catharina?” vroeg ik verbaasd en ongerust. Ik kreeg antwoord van een opgewekte stem, het kon dus niet over iets naars gaan…

“Met Pieter Jongerius. U kent mij niet, maar dat zit zo…..” En hij legde uit dat hij midden in het bos vlakbij de Hessenweg woonde. Daar had hij een auto aangetroffen die door benzinegebrek niet meer verder kon rijden. Een zekere Ceciel, kende ik die? Had hem gevraagd dit telefoonnummer te bellen…….

Ceciel wist dat Paul altijd een reserve jerrycan met 5 liter benzine bij zich had. Of we haar kwamen redden, ja natuurlijk lieten we haar daar niet in het bos staan. Haastig trokken we wat extra kleren aan en reden we naar het bos, inmiddels proestend van leedvermaak. En ja hoor, op het donkerste stuk van de weg, echt midden in het bos stond de witte opel. Toen ze de besteleend van Paul herkende kon zij ook weer lachen. Meer dan een uur geleden had de auto even geprutteld en was toen hopeloos stil gevallen. Stond ze daar midden in het donkere bos op zaterdagavond laat. Het had nog even geduurd voor er iemand langs kwam rijden en ze haar moed voldoende bij elkaar geraapt had om een andere auto aan te houden.

Nooit meer ging ze op stap zonder een reserve jerrycan met benzine. Oja en die heerlijk grote hond van haar daar had ze in het donkere bos ook niks aan. Nog banger dan zij was hij geweest.  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s