Newcastle revisited

Wachten, wachten en nog langer wachten in Newcastle.

Wachten, wachten en nog langer wachten in Newcastle.

De dag in Galashiels begint grijs en droog. Pas in Newcastle gaat het regenen. Terwijl we 1½ uur in de rij moeten staan. De man in het geel die aanwijst wie er naar binnen mag kan er ook niets aan doen, hij krijgt vanuit de boot zijn orders. Eerst de campers en de caravans. Dan zoveel kleine auto’s en dan een paar grote. Af en toe een grote vrachtwagen. Heel veel verschillende auto’s. Daar zijn ook de meeste van. Tijdens het wachten doe ik toch mijn regenbroek aan. Ik reken erop dat we, net als in 2013 als allerlaatsten aan boord gaan.

Ik krijg gelijk.

De man in het geel en later ook de kapitein beloven zwaar weer, ik ben benieuwd. img_9297

Galashiels

naar Adrossan

de veerboot naar Adrossan

Niets aan te doen, we moeten terug naar huis. De boot is geboekt voor vrijdag 19 augustus. Ad, de grote routeplanner, probeert altijd ook van de reis van en naar de boot iets leuks te maken. Dwz, leuker dan de snelste route over de saaie snelweg te nemen.

Na een ontbijt bij ‘the little Rock’ vertrokken we met de Calmac boot van Brodick naar Adrossan. Om het een beetje leuk te houden gaan we er 2 dagen over doen. Ooit stonden we ook een laatste dag op een camping in Calander. Daar was een familie in alle vroegte (iets van voor zessen) opgestaan omdat ze in één ruk naar Dover gingen rijden…. 900 km!

Zo doen wij dat dus niet. Galashiels, Scottisch Borders, leek leuk halverwege de route te liggen die Ad gevonden had. We reden er gladjes heen. Er zouden twee campings zijn, toen de borden de eerste aankondigden gingen we kijken. Park Kilnknowe, het zag er niet aantrekkelijk uit. Luxe huisjes waar nog aan gebouwd werd bij de ingang, een lange rij lege occasion caravans in uiteenlopende staat van onderhoud. Tenten zag ik er niet. We besloten eerst verder te rijden op zoek naar de andere camping. Na flink vruchteloos zoeken hoorde Ad dat de 2e camping gesloten was. Dan maar terug naar de eerste camping.

Park Kilnknowe, Galashiels

Park Kilnknowe, Galashiels

De ontvangst was niet zo enthousiast. Het was even zoeken voor we de beheerster konden vinden. Tenten zag ik er niet afgezien behalve die ene op het verkeersbord. Het stond vol met onbewoonde caravans waarvan sommigen betere tijden gekend hadden. Bij een plekje tussen twee caravans, mooi groen en recht, stonden we stil. Dat werd ons aangeboden.

“£5,-?” het was namelijk zo dat dat het tentenveldje, dat ergens helemaal ver weg achteraan zou liggen door een groep jongeren in gebruik was. Dit zou voor ons geschikter zijn. Wij gingen direct akkoord. Wc was er douche niet maar dat kon mij niets schelen, de dag erna hadden we een hut met douche op de boot. Routineus zette ik de tent op en ging Ad voor het luchtbed zorgen. Tenminste, dat wilde hij. Maar de pomp……. Die lag waarschijnlijk nog op Arran. En nu? Hij ging maar eens in receptie informeren of zij een pomp te leen hadden. Dat niet. Wel kreeg hij te horen dat er een Halfords op 5 min rijden was. Ad erheen en hij is nu de trotse bezitter van een luchtpomp met een Engelse stekker!20160818_175040

Naast ons woonde een oude weduwe in een stacaravan. Alle gordijnen potdicht. Om een uur of vijf kwam ze even naar buiten met haar twee stokoude hondjes. Na een tijdje ging de tv aan en ± 20:00 ging die weer uit.

Het was een heel rare camping. In de loop v/d avond kwamen heel veel auto’s langs rijden. Het leek mij een camping waar mensen woonden en die overdag naar hun werk gingen. Voor een nachtje vond ik het wel grappig. 20160818_195136

Van Lamlash naar Brodick, en terug.

20160817_120024We hebben twee dagen voor Arran. 2014 waren we hier ook. Verschrikkelijk heet was het, 30°C! Ik weet niet meer waar ik de informatie vandaan had maar er zou een wandelpad zijn tussen Lamlash waar we kampeerden en Brodick waar de boot aankomt. Op goed geluk ging ik onderweg. Het bleek simpel, daar waar de stoep ophield begon het pad. Daarna was het een kwestie van ‘immer gerade aus’ doorwandelen.

Twee jaar later en ik heb de smaak van wandelen goed te pakken. Op vakantie zijn de uitzichten nog veel mooier. Ad vindt het blijkbaar prima om af en toe alleen zichzelf te vermaken en lekker alleen te gaan toeren. Dus; ik zie mijn kans en ik ga nog een keer het mooie pad naar Brodick lopen. En terug.

Ad heeft ook een doel vandaag: het avond eten. Bij aankomst gisteren vond hij een verlaten wegwerp-BBQ. Alleen met de belofte dat ik ‘morgen wel’ wilde bbq-en kon ik hem weerhouden dat ding ter plekke aan te steken. Nog een geluk. Hij liet de BBQ dus liggen. Andere kampeerders namen hem later mee en staken hem aan. Dat leverde een intens  rookgordijn op…….  Anyway, Ad is helemaal happy met zijn doel. Ik laat het helemaal aan hem over alleen of hij eraan wil denken dat we de koelkast niet bij ons hebben. Dus: niet meer inkopen dan wij op kunnen eten. Zou dat lukken?

Niet alleen is het weer beter, mijn conditie is ook veel beter. Ik ben vrij snel in Brodick. Aan het eind van het pad staat een huis in de steigers. Ook hier werken de bouwvakkers met een radio hard aan. Erg hard, duidelijk herken ik de stem van Jeremy Vine die een op tv het BBC2 programma ‘Eggheads’ presenteert.

Bij ‘the Little Rock’ bestel ik wat te drinken. Geen koffie mijn dorst is aan een groot glas Cola light toe. Ik kijk om me heen en wie zit er aan het tafeltje schuin tegenover mij? Hij kijkt ook net toevallig mijn kant op, de man die net een sms wilde sturen, Ad.2016-08-17-18-33-22

Goodbye Islay! Tot de volgende keer…..

Camping Port Mor - Islay

Camping Port Mor – Islay

De laatste ochtend op Islay en het weer is prachtig. We gaan koffie dringen bij Tim en Margaret aan de overkant. ± 8:30 heb ik alles ingepakt, vastgebonden of klaargelegd. Ad is iets langer bezig, hij heeft de tent op zijn motor en die kan hij pas vastbinden als ik de tent ingepakt heb.

De tent is mijn taak. Samen een tent op- c.q. afbreken is niet zo goed voor onze relatie. Ik vind het leuk om een tent op te zetten en Ad vind het vreselijk. Combineer je dit met een zwerm bloeddorstige mitsies dan hebben wij zo ruzie….. dus: ik doe het alleen. Het kleine tentje opzetten is een fluitje van een cent. Een keer terwijl was ik lekker bezig, zag ik een vrouw in de auto ontzettend boos naar me zat te kijken. Ik heb haar niet gevraagd waarom. In mijn verbeelding zou het maar zo kunnen zijn dat zij het aan haar man overlaat omdat het ‘mannenwerk’ is. Tja, dan komt het niet goed uit als een andere vrouw wel de tent opzet….. wie weet heb ik dat helemaal niet goed gezien, haha.

Bij Tim en Margaret staat nog een rode BMW motor voor de deur. Zijn bestuurder gaat ook weg, met de boot vanaf Port Ellen. Ad was er nog stellig van overtuigd dat wij in Port Askaig moesten zijn. Even de dienstregeling van Calmac gecontroleerd…… oeps, ook wij moeten naar Port Ellen. Gladjes rijden we ernaar toe. Onderweg geniet ik van de uitzichten over de peatvelden. De weg langs het vliegveld van Islay is kaarsrecht en het lijkt net of we in een Amerikaanse film rijden. Voor de overtocht naar Kennacraig had Ad telefonisch gereserveerd. Aangemeld bij de ticketoffice en daar is alles in orde. Alleen, de man van Calmac die de rij controleert wil een kaartje hebben! Ad weer terug naar binnen voor een kaartje, tot grote ergernis van de medewerkster achter het loket en zo gaat Ad van het kastje naar de muur. Door dit getouwtrek gaat Ad de laatste aan boord.

Altijd fijn als ze de motor voor je vastzetten.

Altijd fijn als ze de motor voor je vastzetten.

Vanaf Kennacraig waar het ook prachtig weer is (ja na drie dagen regen aan een stuk waardeer je dat nog meer) rijden we heerlijk relaxed naar Claonaig. Een verlaten en onbemande terminal aan de Sound of Bute.20160816_15262220160816_152752

Een simpele veerboot naar Lochranza op Arran. We blijven bij de motor. Geen koffie…. Op Arran gaan we lekker makkelijk naar de camping bij Lamlash. Daar waren we eerder in 2014 en toen beviel het goed. Langs de A841 rijden we naar Lamlash. Tot mijn grote schrik is een flink stuk net met vers gravel bedekt. Onze snelheid (vooral de mijne) zakt naar 20 km/uur. Ik verlies Ad af en toe uit het oog maar dat is niet erg, de weg gaat maar één kant op en we zijn hier eerder geweest.20160816_200349

The Sea platter II

img_9295

Onze laatste avond op Islay wilde Ad in de enige pub, in het Lochindaal Hotel eten. Dat het een hotel is valt beneden niet op. Het is klein en gezellig en soort van authentiek ingericht. Op zoek naar de wc werd het een stuk minder. Het was er maar één (althans, ik vond er maar één. Best mogelijk dat via kruipdoor en sluipdoor op een ander plaats wel een echt ladies toilet te vinden was) naast de urinoirs en de deur kon ook niet echt op slot. Tja als de nood hoog is dan moet het maar. Eigenlijk vind ik het wel leuk als het niet helemaal gaat zoals het hoort. Of anders is dan je zou verwachten.

Ad wilde de seaplatter om precies te zijn. £30,- zou die kosten maar je moest er wel voor reserveren. Pratende met Tim (zwager van de hotellier) kwam Ad erachter dat het veel duurder was. Tussen de 80 en 100 pond. Ai, dat vinden we veel te duur. Terug bij de pub heeft Ad de reservering geannuleerd. Ik at net zo lief iets van de ‘gewone’ kaart. Ik nam de Curry&rice nog een keer en wauw, zonder patat deze keer. Dat was waarschijnlijk een foutje van de kok die gewend was overal een schep patat bij te leggen…. het smaakt uitstekend

img_9294Achter ons zaten een paar Zwitsers, zij gaan wel voor de seaplatter. We zitten ernaast als ze het zonder veel informatie voorgeschoteld krijgen. En ook als een uurtje later als wij willen afrekenen langs hun tafel lopen en zien we dat ze heel veel heerlijks hadden laten liggen. Ad kan niet aanzien dat ze oa een complete kreeftklauw, onaangetast met het elastiekje er nog om laten liggen. Hij geeft een demonstratie klauw kraken laat zien hoeveel heerlijks daar nog in zat. Idem voor de langoustines die er nog helemaal lagen. In het gesprek blijkt dat het Zwitsers zijn die geen idee hadden hoe je dit soort eten eet. Zij dachten dat het elastiekje betekende dat het niet gegeten moest worden.

Bij het afrekenen hebben we het erover met de man van de bediening. Hij is wat neerbuigend over ‘these people’ die geen idee hebben hoe je schaaldieren eet. Ik vroeg hem waarom ze zo’n dure schotel niet met meer toelichting serveerden? £100, – dan mag je van de bediening verwachten dat ze tekst en uitleg geven over het eten, het gereedschap en zo? Hij blijft erbij zeker te weten dat ze dat niet willen. Ik heb zo mijn twijfels, ik zat er naast en wist dat hij het niet eens geprobeerd had. Jammer.

Cows on the road

School St, even buiten Port Charlotte.

School St, even buiten Port Charlotte.

De volgende morgen doe ik gelijk mijn wandelschoenen aan, rugzak om en verlaat de camping. Zonder koffie, het meisje dat het café exploiteert heeft wel een kaartje in het raam staan dat ze vanaf 9:00 open is, in de praktijk is ze er nooit voor half 10 en voor je een kopje koffie van haar geserveerd krijgt….. Het weer is helemaal fantastisch. Ad heeft andere plannen. Hij wil naar Bruichladdich, Kilchoman en Bunahabhain (de kenner herkent hier drie heerlijke whisky’s). Met de kaart in de hand besluit ik de onderste punt van The Rinns, het westelijk schiereiland van Islay te gaan doen. Het is een pittige afstand, maar er staan weinig wegen op de kaart. Misschien omdat er weinig zijn?

Alsof ze nog nooit een wandelaar gezien hebben....

Alsof ze nog nooit een wandelaar gezien hebben

Alsof ze nog nooit een wandelaar gezien hebben

Grappig, zo fris en uitgerust op de vroege morgen lijkt School St veel mooier dan de dag ervoor toen ik helemaal gaar terug naar de camping sjokte. Heerlijk in gedachten loop ik verder. Ik ben er helemaal aan gewend om alleen te lopen. Ik kijk waar ik naar wil kijken, sta stil waar ik het nodig vind. En vooral: ik ben stil. Niemand die mijn rust met geklets verstoort. De verbaasde blik van de koeien doet me opnieuw vermoeden dat er hier weinig wandelaars zijn. Ik loop verder en geniet van de stilte. Afwisselend in mijn eigen gedachten en genietend van de uitzichten.img_9242

img_9249img_9254Na iets van 7 km kom ik op een naamloze weg, die loopt naar het zuiden. Waarschijnlijk heeft de weg geen naam nodig omdat er maar één weg is? Het wordt steeds warmer. Fleecevest zit allang in mijn rugzak.

Niet mijn beste foto maar de enige waar de stier op stond voor hij een zijpad in gedirigeerd werd.

Niet mijn beste foto maar de enige waar de stier op stond voor hij een zijpad in gedirigeerd werd.

Opeens zie een groep koeien op de weg. Waren het maar koeien, als ik goed kijk zie ik dat er een grote stier voorop loopt. Hmm. Terwijl ik sta te piekeren of ik daar veilig langs kan lopen komt er een klein bestelautootje aanrijden. En voor ik het goed en wel door heb wat er gebeurt, heeft de boer rijdend in de auto met het bewegen van zijn portier de stier een pad in gedirigeerd. Oké!

De koeien weten ff niet waar ze heen willen.

De koeien weten ff niet waar ze heen willen.

Terwijl de stier langzaam en traag verder het pad op sjokt, staan de koeien verbaasd stil op de weg. De boer komt naar me toe en maakt zijn excuses voor de stier-op-de-weg. Hij had ergens een hek open laten staan;
“and the bull went for a wobbling!”
Ook hij vraagt waar ik heen wil en of ik een lift wil.
Nee, ik ben aan het wandelen.
“Waarheen?”
“Nou van Port Charlotte via Kilchiaran naar Port Charlotte.” Ik zie hem mentaal de kaart van Islay bekijken en hij begrijpt mijn plan.
“Ah, a roundabout!”
Later als ik bijna bij de camping ben zie ik hem in zijn bestelautootje weer voorbij rijden.

Een afsteek?

Een afsteek?

20160815_123407bHalverwege de middag kom ik een bord tegen bij een weg die niet op de kaart staat. Nou ja weg, een verhard karrespoor. Bordje erbij met een plaatsnaam die me bekend voorkomt, hij staat op mijn kaart, aan de oostkust van het schiereiland. Een afsteekweg? Doen? Ik heb geen zin in verdwalen maar dit kan niet misgaan. Ik ga ervoor en het blijkt een prachtig weggetje door een stuk bos. Het plaatsje waar ik uitkom, Octofad is zo klein dat ik er geen Horeca vind. Zonder koffie loop ik de A847 terug naar de camping.

 

 

“Are you really walking to the Beach?”

 

20160813_20373720160813_203446Ad kan er geen genoeg van krijgen, hij wil alle belangrijke whiskey producenten langs. Voor mij hoeft het niet meer. Ik ga wat anders doen: wandelen. Echte wandelroutes met bordjes en paaltjes zijn er niet op Islay, volgens de Tourist Info.

Volgens Pocket Walking Guide 24 – Islay, Jura & Colonsay, is er een wandeling op ons stuk van het eiland. Ook deze begint met; 161006“Drive 4 miles west from the junction at Bridgend on the A847, then turn right onto the B8018 (Kilchoman) and continue for a further couple of miles to reach a junction, with a sign pointing left of the cemetry. Keep straight on at this point to reach the car park behind Machier Bay”.

Met de auto naar een wandeling? Ik besluit het allemaal te gaan lopen. Pittige wandeling, precies waar ik voor kwam. Ik geniet van het mooie weer en de uitzichten. Andere wandelaars zie ik niet. Alleen mensen in auto’s. Soms stoppen ze even.

20160814_144450

Haddock Chowder is populair op Islay. Heerlijk!

20160814_114008

De weg vanaf de camping en Port Charlotte

“Are you really walking to the beach? Or do you want a ride?” Duidelijk, wandelen is op Islay niet populair. Onderweg passeer ik distilllery Kilchoman. Goed voor een kop soep in het restaurant.

Uren later op het strand (een slordige 15 km verder)  wordt ik door een ander echtpaar aangesproken.
“Did we see you in Bruichladdich earlier?” als ik het bevestig krijg ik van beiden een ooht en aaht over de afstand die ik afgelegd heb, ongeveer 15 km. Ik ga verder opzoek naar het pad. Net als in Oban gaat de route door een mooi stuk peat land. Heel afgelegen, ruig en modderig. Het kost me veel moeite om de voeten droog te houden. Evengoed is het genieten. Thuis kan ik ook wandelen wat ik wil maar dit soort uitzichten …… hebben we in Zwolle nergens.

20160814_160602

Hier laat ik het strand achter me.

Ook op dit pad veel modderpoelen.

Ook op dit pad veel modderpoelen.

Zo heerlijk weer en ik kook weer bij de tent. Ad heeft ergens heerlijke tortellini’s en een zakje geraspte cheddar gekocht. Dessert: Whisky bij de tent.

Eindelijk droog!

20160813_173509Eindelijk was het eindelijk droog geworden. Yes, de volgende zaterdagmorgen was het nog steeds droog. Het uitzicht werd beter, mooier en we konden veel verder over het water kijken.

Ik kon het haast niet geloven. Na het geweldige ontbijt (te veel en te lekker) gingen we naar de camping aan de overkant, Port Mor. Het arme verzopen tentje werd aan de oever van Lochindaal te drogen gezet. Wij hadden een doel: Bowmore en wel de tour. Het weer gaf aan het rondrijden een heel andere dimensie. Islay is een overrompelend prachtig eiland met heel veel peatlands.

20160813_16514420160813_165129Bowmore is mijn favoriete Islay whisky en de toer was boeiend. Voor het eerst maakte ik een Whisky memorabilia aankoop: een echte Bowmore pet. Door naar Lagavulin: helaas vol voor vandaag En naar Ardbeg: ook vol. Wel konden we in het restaurant een heerlijk soepje scoren, de Haddock Chowder. Laphroaig zit in het zelfde straatje en daar dacht Ad eraan om zijn jaarlijkse pacht voor zijn square foot peatland die hij in bezit heeft en aan Laphroaig ‘verhuurt’. 20160813_201510

Terug op de camping lag de tent plat tegen de grond. Ik vreesde dat de tentstokken gebroken waren …. zo erg was het niet. Deze tent is niet zomaar kapot te krijgen. Door de harde wind waren de stokken verbogen. Er zat niets anders op dan de tent aan de andere kant, in de luwte van de speeltuin opnieuw op te zetten. 20160813_184653 

Eindelijk kon ik weer eens koken bij de tent. Een beproefd menu van gebakken worstjes, tikka massala saus en rijst. Geserveerd met een frisse salade. Dessert: whisky bij de tent.

Eindelijk op Islay.

img_1395

Foto van Ad in 2014. Duidelijk met beter weer.

10:00 vrijdag 12 augustus schepen we in voor Port Ellen, Islay. Vanwege het weer varen we naar Port Askaig. Voor ons doel, Port Charlotte maakt het niet uit. We nemen eea voor kennisgeving aan. Het regent nog steeds. Voorstel van Ad is om meteen een tour te doen bij Coal Ila. Wie weet is het daarna droog? Ik heb er niet zo’n zin in maar ik weet niet meer waarom. Verder rijden door de regen lijkt me ook niks, wie weet is het straks beter. Bij het kleine weggetje naar de moderne distilleerderij weet ik weer waarom ik geen zin had. We zijn hier eerder geweest, op de motor en het is een lange smalle haardspeldbocht steil naar beneden. Veel stukken met gravel en bagger. Tja, dat had ik verdrongen blijkbaar.

Na de leuke en interessante tour regen het nog steeds. Een medewerkster van Coal Ila geeft ons de tip via de Tourist Info van Bowmore een B&B te zoeken. Zo komen we bij Tighachuan Mhor van Margaret en Tim terecht. Een mooi modern huis tegen over de camping waar we eerst heen wilden. Druip nat komen we daar aan. In het halletje doen we de onze motor jassen en zo uit en alles gaat naar het drooghok, een ruimte waar de verwarming, wasmachine en een droogrek staan. Margaret blijkt een schat. In het uurtje dat we nodig hadden om haar huis te vinden had ze verse scones voor ons gebakken. Later kwam echtgenoot Tim thuis en hij bleek ook een whisky fanaat. Een die graag met Ad eindeloos over de ins en outs van whisky en smaken en proeven kon praten. Terwijl er geproefd werd natuurlijk. Volgens Margaret kon hij er uren over doorgaan en ‘bore you to death’. Dat is hem met Ad niet gelukt.

Onze kamer bij Margaret en Tim.

Onze kamer bij Margaret en Tim.

Weer geniet ik van de luxe van mijn extra schoenen, die zijn nog droog. Thuis in Zwolle toen we bepakt en bezakt klaar stonden, heb ik mijn renschoentjes met sokken in een plastic zak erbij gestopt. Zo heerlijk om de natte schoenen te drogen te kunnen zetten en op droge schoenen op zoek te gaan naar avond eten bij het ‘Lochindaal Hotel’ in Port Charlotte.

Het leek wel Quatro Staggione.

Het leek wel Quatro Staggione.

Het eten is over het algemeen heerlijk alleen waar ik steeds meer genoeg van krijg dat alles maar dan ook bijna alles met patat geserveerd wordt. Het lijkt wel of we in België zijn. Ad heeft er minder moeite mee. Ik bestel Curry Rice, lijkt me heerlijk maar ook omdat het een gerecht is zonder patat. Toch? Ad neemt de Scampi&Chips&Salad. Ik ben aangenaam verrast als ik naast rijst en curry ook een salade krijg en stomverbaasd als er ook een flinke portie patat op ligt…..

Dessert: Whisky Port Ellen.

Het Victoria Hotel II

The Victoria Hotel, Tarbert, Kintyre, Schotland

The Victoria Hotel, Tarbert, Kintyre, Schotland.

Het Victoria hotel is niet veel veranderd. De Creditcard machine is nog steeds of alweer kapot. Het hele hotel staalt een ‘vergane glorie’ uit met de nadruk op vergane. Er is geen eenheid in stijl van behang en vloerbedekking. Deuren sluiten slecht. Als we het slot van de trap naar boven controleren gaat hij wel op slot, maar niet meer open. Gelukkig waren we net onderweg naar beneden voor avond eten, want het duurt uren voor iemand het slot weer open krijgt. Wij laten het daarna zo! Ik heb wel wat met dit soort etablissementen. Ad heeft grondig de smoor in over de hoge prijs voor onze niet bijzondere kamer. Bovendien blijkt het een B&B zonder de B van breakfast te zijn. Daarvoor worden we naar de ‘Marine Bistro’ verwezen. Ad meende dat dat gratis zou zijn maar dat had de uitbaatster niet gezegd, alleen maar gesuggereerd…….. voor niks ging de zon op. img_9205Afijn, ik maak er het beste van. De natte slaapzakken leg ik over het derde bed. Mijn schoenen vul ik met handdoeken bij gebrek aan oude kranten. Ik kiep mijn natte tassen leeg over de vloer en leg alles ‘te drogen’.

Vrijdag 12 augustus, het regent. Ad slaapt lekker uit, ik ga naar de ‘Marine Bistro’ die de beste koffie van Tarbert zou schenken. Boven 20160812_074610mijn koffie droom ik weg. Aan de overkant zit een jonge vrouw met een potje thee hetzelfde te doen. Iedereen is stil. Grappig hoe veranderende omstandigheden voor nieuwe inzichten zorgen. Ik heb nu ff gehad met kamperen-op-de-motor-door-Schotland. Op de motor zijn we veel kwetsbaarder voor de regen. Af en toe een buitje is helemaal niet erg. Blijft het regenen dan na verloop van (weinig) tijd alles nat en gaat de lol eraf. In Oban had ik nieuwe wandelsokken gekocht o.a. van merinoswol. Hema verkocht ze vroeger ook. Katoen, als het nat wordt, wordt een koude natte klomp. Wol blijft warm en veerkrachtig. Ad werd er helemaal blij en vrolijk van toen ik zijn vieze natte stinksokken confisqueerde en hem een paar droge sokken teruggaf. “Warme voeten, wat een uitvinding!”

20160812_094849

Dan moet de customer dat wel willen, gezond eten. – Aan boord bij Calmac.

Aan boord komt alles weer goed.

Pech onderweg II

Wachten op de tecnnische hulp

Wachten op de technische hulp.

Vooraan in de rij, nog steeds in de regen, staan we klaar om aan boord te gaan, het wachten is op het groene licht van de Calmac mensen en ik heb mijn motor alvast gestart. Opvallend tevreden en regelmatig staat Suuz te draaien. Even later slaat ze af. WTF? Ik draai de sleutel in het contact om. Niets. Zelfs het contact lichtje gaat niet meer aan. Ad ziet meteen dat het helemaal mis is, zo kunnen we niet mee.

13:00 =G.M.T.*( We verlaten de rij, parkeren aan de kant en ik ga de ANWB bellen. Eerst met mijn mobiel, dan die van Ad. Helaas hebben we in deze uithoek van Schotland geen dekking. Van de Calmac medewerkster mag ik gebruik maken van de telefoon van de ticketoffice. Na eindeloos veel keuze menu’s krijg ik een medewerkster in Den Haag aan de telefoon. Heel veel vragen moet ik beantwoorden. Een aantal malen herhaal ik dat ik met een motor stil sta, niet met een auto. Dat onze mobieltjes het hier niet doen, of ze het nummer van de ticketoffice wil noteren en doorgeven dat dat gebruikt moet worden. “Binnen 2 uur zal er hulp komen” belooft ze. Famous last words…..  ze geeft me nog een ander nummer van de ANWB in Den Haag voor als ik nog vragen heb. Ik ga zitten wachten in de wachtruimte. De verwarming is aan, mijn sokken en schoenen liggen er onder, ik loop op blote voeten door de ticketoffice.

Wachten in de ticketoffice. De automaat had niet alleen koffie maar ook twee smaken soep!

Wachten in de ticketoffice. De automaat had niet alleen koffie maar ook twee smaken soep!

15:15 arriveert de volgende boot en vertrekt. Als de drukte in de ticketoffice voorbij is vraag ik of ik nog een keer mag bellen met Den Haag. Bleek dat de AA (=Britse ANWB) onderweg geweest was. Ze hadden geen gehoor gekregen op onze mobiele nummers. Daarna de ticketoffice gebeld en gevraagd naar een auto met pech? Die stond er niet had een andere Calmac medewerker verteld. Daarna (waarom? Nobody knows) hadden ze een monteur naar de haven op Islay gestuurd en ook daar had hij geen pech geval kunnen vinden. Goh! De medewerkster in Den Haag gaat opnieuw aan de slag.

16:05 belt de AA in de persoon van Anna. Ze spreekt Nederlands alsof ze Nederlandse is, ik denk eerst dat ik de ANWB aan de lijn heb. Ze vraagt naar de postcode van de terminal en zegt dat ze het gaat regelen. Fijn! Duidelijk is dat wij deze dag niet meer naar Islay gaan. Het regent nog steeds. Op Islay hebben we geen reserveringen, we kunnen net zo goed blijven. Ad rijdt naar Tarbert (4 mijl) en reserveert net als 2 jaar geleden in het Victoria Hotel. Ik zit me te vervelen en kijk via de wifi v/d terminal op Facebook. Er komt een reclame post voorbij voor Europahulp v/d ANWB.

“Ga goed voorbereid op vakantie. Dag en nacht hulp bij pech in Europa door de ANWB Alarmcentrale”

Ik kan het niet laten om een reactie te plaatsen met de opmerking dat we al meer dan drie uur wachten. Ook deze ANWB medewerker gaat er met mijn gegevens achteraan.

17:45 gaat de telefoon, ANWB voor ons. Inmiddels kennen ze ons beiden bij naam. Ad heeft uitgebreid overlegd over voor welke boot we wel kunnen reserveren (morgen 10 uur) mag Ad aan de telefoon komen. Het wordt spannend want om 18:00 sluit de receptie van de ticketoffice en zijn we onbereikbaar.
Hulp is nu echt onderweg, binnen 30 min zullen ze er zijn. “Weet je dat zeker?” vraagt Ad ongelovig. Nou binnen 45 min dan.

18:28 rijdt er een witte bestelbus het verlaten terrein op. Eindelijk de beloofde technische hulp. Volgens Ad is de hoofdzekering doorgebrand. De twee mannen gaan met deze theorie aan het werk. Ik doe al mijn natte zooi weer aan terwijl er aan de Suuz gesleuteld wordt. Zoals Ad al vermoedde, de hoofdzekering was doorgebrand. Na vervanging doet Suuz het nog steeds niet, er is nog iets stuk, een connector. Waarschijnlijk nog een origineel onderdeel uit haar bouwjaar 1995. Het wordt tijdelijk gerepareerd en victorie: Suuz start weer. Het is dan 19:00 en ik heb het helemaal gehad. Ad vraagt ze nog hoe laat zij de melding van onze pech gekregen hadden? 17:30 en ze moesten een half uur rijden. Aan hen heeft het niet gelegen.

Het is ruim 7 uur als we, in de regen, eindelijk het terrein af rijden. Doodmoe gaan we naar het Victoria Hotel.

 

*( G.M.T. = Greenwich Mean Time

Pech onderweg I

 

Oban

Oban

Het regent de hele nacht. Alles is nat. Slaapzakken, spijkerbroeken. De tanktas had ik bij aankomst direct in de tent gezet met mijn droge handdoek. Tevergeefs, het is allemaal nat. “Natter kan niet”*) denk ik nog als ik de tent kledder nat oprol en in de tentzak prop. Tesco Oban heeft een goedkope pomp, daar gaan we nog even tanken en koffie drinken voor we doorgaan naar Kennacraig op Kintyre waar Ad voor 13:00 de boot naar Islay geboekt heeft. We tanken, Ad rekent af, weigert zijn bon en dan willen we verder rijden. Suuz start braaf maar uit de BMW komen de meest verschrikkelijke geluiden, hij start niet meer. Ik vrees dat zijn versnellingsbak die al maanden slecht is nu de geest gegeven heeft en voorzie dat we voorlopig in Oban moeten blijven…… Ad denkt dat er door de regen water in de benzinetank gelopen is. Ik vind dat niet voor de hand liggen maar als het over motorische zaken gaat hou ik wijselijk mijn mond. Ad heeft meestal gelijk. Vandaag niet. De medewerkster van de pomp, die de herrie ook gehoord heeft en ziet dat Ad niet meer verder kan rijden heeft de bon uit de papierbak gevist. Het staat er zwart op wit: Ad heeft diesel getankt. Het is zeker onze bon, 2x tanken bij verschillende pompen, 2 en 5. De nummers kloppen. Al wil Ad er niet aan, ontkennen heeft geen zin, hij heeft diesel getankt. We staan op het bedrijven terrein van Oban. Ik geef Ad de sleutels van mijn Suuz en ga lekker voor mijn koffie bij de Tesco. Hij gaat ergens een hevel lenen. Het meisje v/d pomp verteld hem waar hij moet zijn.

Ik scoor mijn koffie. Sandwich erbij, ff verder schrijven in mijn reisdagboek. 25 min later loop ik naar de pomp. De diesel is eruit, er zit nieuwe benzine in en de BMW wil wonder boven wonder weer starten. Het klinkt nog steeds niet heel goed, er komen veel ploffende geluiden uit de uitlaat. Het regent. Helemaal op schema vertrekken we uit Oban. Het is 90 km over een slechte bochtige weg in de stromende regen. Gemiddeld rijden we amper 60 km/uur. Het regent al zo lang dat de stroompjes langs de weg hoog staan, hier en daar is de weg overstroomd. Al snel staat er een laag water in mijn schoenen. Eindelijk rijden we door Tarbert. Langs het knalgele Victoria hotel dat er blijkbaar nog steeds staat. Precies op tijd komen we op de terminal van Kennacraig aan. Helemaal daas rij ik de man van Calmac straal voorbij. Gelukkig stopt Ad wel. De man heeft niet veel motorfietsen op zijn lijstje staan,
“Hofland and Hofland is that you?” en we mogen ons opstellen voor de boot. Kleddernat staan we daar, in de regen. Uit de uitlaat van de BMW komen nog steeds ploffende geluiden. Het motor geluid van Suuz klinkt heel goed, net een spinnende kat. 

Wordt vervolgd.

Calmac Terminal Kennacraig

Calmac Terminal Kennacraig

*)Het kan wel  veel natter. Na een overstroomd stuk staat er een laagje water in mijn schoenen.

 

Ook op vakantie: Wie vouwt de was?

img-20160810-wa0000Ad gebruikt de woensdag voor allerlei boodschappen en andere zaken die hij wil uitzoeken. De spiritus voor de spiritusbrander is bijna op en in de Schotse supermarkten is dit product niet te vinden. Het personeel waar we het aan vragen kijkt ons niet begrijpend aan. Bij de schoonmaak spullen verkopen ze blitse (en dure!) spuitbussen om de ramen mee schoon te maken. Spiritus, ammonia en schoonmaak azijn schitteren door afwezigheid.  Als ik allang weggelopen en onderweg ben gaat hij met de campinghouder praten over het hoe en wat en waar van dit product. Campingbaas weet het: in Schotland wordt het verkocht als ‘methylated spirit’. Ook weet hij waar: bij het schotse equivalent van een kruising tussen Gamma en Blokker. Iets met home erin. ‘Homebase’. Als ik tussen de modder en rotsige stenen van het wandelpad maneuvreer krijg ik een appje, hij heeft een nieuwe fles brandstof voor de Trangia gescoord. In de spiritus fles zit nog voor 1x koken. Later op Islay als ik hem naar de nieuwe fles vraag kan hij die nergens vinden. In zijn enthousiasme om mij deze foto te kunnen sturen heeft Ad zeer waarschijnlijk de methylated spirit op deze groene vuilnisbak laten staan…..

Het wordt die dag niet meer droog. Onze tent, zeker met het nieuwe luchtbed is erg klein. De camping heeft een poolruimte met stoelen een tv. Het is er droog en op de BBC is een razend interessant programma te zien over quarks en andere deeltjes. Met chips en cider erbij is het best uit te houden. Als ik me verveel ga ik rondkijken wat er in de andere ruimtes te zien is. Aan de overkant van het pad is de waskamer. Ik kom binnen en kijk verwonderd om me heen naar alle apparaten en andere mogelijkheden die de ruimte biedt. Twee vrouwen zijn bezig om de droge was uit een droger op te vouwen. Blijkbaar zag ik er verbaasd uit, en een v/d twee vraagt me;
“Is this your laundry?”.  Nee, die is niet van mij, ik leg uit dat ik gewoon ff kijk wat hier allemaal te zien en te doen is, en of ik het misschien wil gebruiken. Ze gaat verder met vouwen. Meer tegen zichzelf dan tegen de anderen zegt ze; “Some day someone will do this for me, I am sure,” en de andere knikt instemmend. Dan begrijp ik wat ze aan het doen zijn.
“Are you folding someone else’s laundry?” alsof ze elkaar al jaren kennen knikken ze eensgezind.
“By the way, my name is Alice” zegt ze tegen de andere vrouw.
“I am Kim”
Geweldig, ze kenden elkaar helemaal niet. En van wie de was was? Nobody knows.

Regen, Dunstaffnage Castle and the Grand Platter

Als ik woensdag morgen opsta is het droog. Ik ga net als gisteren meteen op stap. Wandelschoenen aan, rugzak om. Ik neem het naamloze weggetje dat de Gallanach Rd met de Glenshellach Rd verbind.

Dit heerschap kwam ik tegen op het naamloze weggetje. Kalmpjes ging hij verder met zijn ontbijt terwijl ik mijn camara te voorschijn haalde.

Dit heerschap kwam ik tegen op het naamloze weggetje. Kalmpjes ging hij verder met zijn ontbijt terwijl ik mijn camara te voorschijn haalde.

Steil omhoog gaat het over de heuvels en daarna langs Roseview Caravanpark, de camping waar we kampeerden toen we voor het eerst in Oban waren.

Aangekomen in Oban regent het. Mooi moment voor Koffie bij Costa. Gelijk ff de wifi gebruiken met mijn smartphone. Het lukt niet: zonder een ‘valid UK number’ kom je de wifi van Costa niet op. Mij zien ze daar niet meer. Mijn regencape is behoorlijk aan flarden, het materiaal is duidelijk niet bedoeld om vaker dan een keer gebruikt te worden. Bij een Sports Shop koop ik een degelijker exemplaar en 2 paar nieuwe wandelsokken en ik ga nog een keer proberen om Dunstaffnage Castle te bereiken.

Het pad vanaf Oban Beach naar Dunstaffnage Castle.

Het pad vanaf Oban Beach naar Dunstaffnage Castle.

Ik kom een heel eind. Ik weet waar het pad begint en ik ben nieuwsgierig om uit te vinden hoe het verder gaat. Helaas weer gaat het regenen. Ik negeer dat geruime tijd. Ergens bij een zalmkwekerij maak ik rechtsomkeert. Dunstaffnage Castle zal moeten wachten tot een andere gelegenheid.

Het pad was zonder meer erg modderig. De stenen bleken een uitkomst bij het het vermijden van de plassen.

Het pad was zonder meer erg modderig. De stenen bleken een uitkomst bij het vermijden van de modder poelen en plassen.

20160810_152006bIn de regen loop ik terug naar Oban. Ad vind ik in de Corryvreckan. Hij zat  daar ook te wachten of het droog zou worden. Het blijft regenen. Ach, wat kan een beetje regen schelen als je de ‘Grand Platter’ bij de ‘Oban Seafood Hut’ kunt gaan scoren? De dag ervoor waren ze op, vandaag willen we er op tijd bij zijn.

The Oban Seafood Hut

The Oban Seafood Hut

Een grand platter vol heerlijks uit de zee voor maar £27,50. Wat kan het dan nog schelen dat het regent?

Een grand platter vol heerlijks uit de zee voor maar £27,50. Wat kan het dan nog schelen dat het regent?

Lopen naar Oban en verder.

Gallanach Rd, Oban

Gallanach Rd, Oban.

Dinsdag is grijs en droog. Oban kennen we, we rijden blind naar de Co-op en als die midden in een verbouwing blijkt te zitten, hup net zo makkelijk door naar de Tesco. Echt gewandeld had ik er nog nooit, ik neem gelijk mijn kans. Geen andere plannen en het is droog, twee zaken die zo kunnen veranderen. Schoenen aan, rugzak mee en ik ben weg. Gallanach Rd loopt langs de camping naar de Zuidkant van Oban. Deze weg hebben we al vaker met motor en auto gereden. Nooit was mij opgevallen dat het weggetje zo smal is dat ik zelfs als voetpadder bij een passing point moet wachten om breed uitgevallen auto’s en campers voorbij te laten.

Ik had zo naar Kerrera kunnen varen

Ik had zo naar Kerrera kunnen varen.

Halverwege spot ik zelfs een veerpont naar Kerrera, het eiland aan de overkant. Ik had een boekje over wandelen op Oban. Op zich een leuk idee ware het niet dat veel beschrijvingen beginnen met:
“Rijd met de auto naar de parkeerplaats bij het strand voorbij punt X. ” Eerst autorijden is niet mijn stijl van wandelen. Te voet dus vind ik na een paar uur het begin van het wandelpad. Op dat moment begint het ook te regenen. Goed moment om terug te gaan Dunollie Castle, met wat doorlopen ben ik ruim op tijd voor een koffie & Brownie voor de rondleiding van 14:00. Een leuke gids verteld veel over de geschiedenis van de Clan MacDougall. De toren blijkt nog veel ouder. Wie of wat Ollie was is tot nu toe onbekend.

Dunollie Castle

Dunollie Castle

Uitzicht vanaf Dunollie Castle blijkt van strategisch belang.

Uitzicht vanaf Dunollie Castle was van strategisch belang.

Aan het eind v/d middag begin ik aan de wandeling terug naar de camping. Niet via Gallanach Rd. Mijn boekje vermeldt een pad hoog over Pulpit Hill. Volgens het boekje zou het op de borden staan ….. ik had het nog nooit eerder gezien. Zou dat zijn omdat we er te snel langsrijden? Ik ga braaf op zoek, tevergeefs. Gelukkig vind ik op andere aanwijzingen toch de trap naar boven. Als ik de woonwijk uitloop wordt het schilderachting mooi. Ik geniet van de uitzichten links en rechts van me. Enig minpuntje: volgens het boekje is het pad ‘slightly muddy’. Understatement van de eeuw. Ik ga hier en daar bijna kopje onder.20160809_190011

 

 

 

Oban revisited.

Zondag 7 augustus
Na de Tattoo was ik helemaal klaar met Morton Hall. Prima camping als je in Edinburgh wil kamperen. Met de bus ga je zo de stad in. Verder was er niets te beleven. Zondag rijden we dapper weg. Er is een probleem: de harde wind van zaterdagavond is een heuse storm geworden. Rijden over de rondweg rond Edinburgh is voor ons op de motor een hachelijke zaak en we keren terug naar Morton Hall. Op Internet lees ik dat er een ‘Code Yellow weather warning’ van kracht is. Tevreden doen we een avondje niets.

Pauzeren doen we in Doune. Bekend van Doune Castle bekend van Monty Python and te Holy Grail. Recent bekend als Castle Leod in 'Outlander'

Maandag pauzeren doen we in Doune. Bekend van Doune Castle bekend van Monty Python and the Holy Grail. Recentelijk is het kasteel bekend als ‘Castle Leod’ in ‘Outlander’. Heerlijke Asperge & Peas & Mint soup, heerlijk.

Op maandagochtend vertrekken we opnieuw, de wind is grotendeels gaan liggen. Oban is ons volgend doel. Een leuk klein stadje aan de Westkust. We waren er al vaker. Vorige keer kwamen we per boot aan, daarvoor per trein. Het is alweer een paar jaar geleden dat we per auto aankwamen, dat is wellicht de reden dat de A85 nieuw lijkt. Onderweg zag Ad het bordje ‘Visitor Centre” van ´the Hollow Mountain´ voor het eerst. We zijn net op tijd voor de laatste rondleiding van de dag. Het is dat Ad al meermalen de principes achter deze Quick Response plant uitgelegd heeft, als ik het alleen met het verhaal van de twee moeilijk te verstaanbare gidsen had moeten doen had ik er niet veel van begrepen. We zijn de laatsten die de parkeerplaats afrijden, achter ons word het hek dicht gedaan.

Begin v/d avond komen we aan en krijgen we een plek op de ‘Oban Camping and Caravanning Park’. In een stralend zonnetje zet ik de tent op. Ooit deden we dat samen maar dat is niet zo goed voor ons huwelijk. Tent opzetten vind ik leuk, daarom is dat mijn taak geworden, Ad is verantwoordelijk voor het luchtbed.

Uitzicht over de camping bij Oban

Uitzicht over de camping bij Oban

IMG_9097

Huidig luchtbed heeft 2 kamers. het idee erachter is dat als een slaper opstaat het luchtbed onder de uitslaper net zo hard blijft….

Koud boven? Best wel.

20160806_185811Edinburgh, zaterdag 6 augustus.  ’s Middagsnemen we de bus 11 de stad in. Mooi weer. Ik stop mijn fleece vest in mijn rugzak. Ad gaat gewoon in zijn eenvoudige t-shirt genoeg moet zijn, hij heeft het nooit koud. 21:30 gaan de hekken open en mogen we in de rij gaan staan, 22:30 begint onze voorstelling. Tot die tijd slenteren we door de stad. Het is er verschrikkelijk druk, het Edinburgh Festival is in volle gang. Aan het eind van de middag wordt het frisser, en als we om half zeven ergens op een terrasje zitten is het koud. Zelfs Ad heeft het koud en zit te rillen in zijn t-shirtje.

Ik voorzie dat het later op de tribune hoog op het kasteel nog veel kouder gaat worden. En wonder: Ad is het met me eens. We gaan op zoek naar een winkel waar een warm vest gekocht kan worden. De reguliere winkels zijn allang dicht. Aan het eind v/d straat achter de lange rij terrasjes vinden we een souvenir winkel. Een XXL hoodie past, die koop ik voor hem. 

Op dat moment wisten we nog niet dat wij op de 29e rij, erg hoog (het ging tot 31) zitten. Boven gierde er een stormachtige koude wind, met af en toe regen. Ik had mijn fleece vest aan met een plastic regencape eroverheen. Ad droeg zijn hoodie dankbaar. Het traditionele vuurwerk is door de brandweer verboden, te gevaarlijk! 2016-08-06 23.34.07

 

 

Onderweg naar Morton Hall Edinburgh

20160805_080454vrijdag 5 augustus
In de nacht moet ik piesen. Ik zie een zwarte labrador duidelijk op zoek naar eten. Bij de camper van de buren is hij druk bezig met de voerbak van de buurhond. Later vraag ik de buren of er misschien nog hondenvoer lag? Nee, dat was onmogelijk buurhond liet nooit iets over. De zwarte lab liet via het hondenrondje verder. Hij leek lief. Geen baas verder te bekennen.
20160805_080236Bij opstaan regent het. Tussen de buien door met de spiritus brander koffie gemaakt. Humeur van Ad is onder nul. In Dunbar gaan we voor een koffie en ik scoor er een BLT sandwich bij. In de bibliotheek Oban geprobeerd het e-mail account van Ad te deblokkeren. Tevergeefs.

We hadden kaartjes voor de Edinburgh Tattoo. Ad had thuis iets gezien op youtube en moest en zou er heen. £45,- pp kon hem geen ruk schelen. De rest van de vakantie hebben we er omheen georganiseerd. Dwz, hij vond op Internet een stadscamping in Edinburgh, Morton Hall en, helemaal op dreef reserveerde en betaalde 2 nachten van te voren. Zaterdag gingen we naar de Tattoo, vrijdag gingen we naar de camping. Ver was het niet vanaf Dunbar. In de buitenwijk stond de camping zowaar duidelijk aangegeven op de borden.

https://lothianbuses.co.uk/timetables-and-maps/timetables/11
Hoe moesten we vanaf de camping de binnenstad bereiken? En nog veel belangrijker hoe kwamen we zaterdagnacht weer terug? Receptie gaf ons een folder met de dienstregeling van lijn 11. Die ging langs de camping de stad in en weer terug. We gingen het meteen uittesten. De bushalte voor de ingang van de camping was van de bus uit de stad. Maar de halte aan de overkant was niet te zien. Er was ook een groepje blondjes op weg naar een feest, uniform in zwarte rok, witte bloes en een roze sjerp. Volgens hen moesten we rechtsaf, een van hen had het gevraagd. Zeker 1½ km verder nog steeds geen bushalte. Wij hadden normale schoenen aan maar de meidenparty liep op wankelhakjes. Ze gingen steeds langzamer. Zelfs Ad liep ze eruit. Eindelijk kwamen we een andere voetganger tegen. Ja, inmiddels konden we beter doorlopen zei hij, maar vanaf de camping was het linksaf 200 m rechtsaf 2 km. Eindelijk kwam de bushalte in beeld, de meidengroep (van ± 40 jr.) hadden we al achter ons gelaten. Yes en toen de bus. Vanwege de overvallen kun je als je contant betaald alleen gepast betalen en je geld verdwijnt gelijk in een of andere ingebouwde kluis bij de chauffeur. Hij doet er niets mee. £1,60 pp bracht ons in de stad.

Het Edinburgh festival was in volle gang. Twee keer dachten we dat we de rijen voor de Edinburgh Tattoo ergens zagen maar stonden mensen voor een ander feest in de rij. Het was ff zoeken voor we de juiste plek gevonden hadden. Verder vragen leverde op dat er nachtbussen gingen, elk uur vanaf het moment dat de reguliere bussen niet meer gingen. Wauw! Alles in kannen en kruiken.
Terug op de camping regende het. Goede reden om in het restaurant naast de camping te gaan eten. We hadden geen grote trek. Ad zag op de kaart dat ze een grote en een kleine Fish & Chips verkochten voor £ 5,95. Dat bleek nog een hele hap.
Toetje: whisky bij de tent.

The John Muirs Way – met de trein terug. (lang)

Do 4 augustus Dunbar.

20160804_091909bVanaf het moment dat we Dunbar als eerste bestemming in de planning opnamen wist ik dat het een stuk van het John Muir pad wilde gaan lopen. Via de Wandelwinkel in Deventer had ik de kaart gescoord. Officieel begin van de John Muir Way (niet te verwarren met het John Muir Trail; dat ligt in het Yosemite National Park in the States) voor het John Muir’s Birthplace. Dat moest makkelijk te vinden zijn.

Donderdagmorgen vroeg vertrok ik met motor naar station Dunbar om daar op het station te parkeren. Handig als ik later met de trein terug kom. Op de camping begint het gelijk al goed, de slagboom gaat niet open. Ook niet als ik Suuz op de standaard zet en vanaf de andere kant de code intik. Rotding! Het is nog erg vroeg. Ik sta net te kijken of een zijopening van het hek breed genoeg is om mij met motor en al door te laten als een van de parkassistenten wakker wordt en komt helpen. Hij krijgt de boom ook niet in beweging en ook zijn idee is dat ik via het veld er langs rij. Ik ben net aan het maneuvreren over het natte gras als de #@!boom toch open gaat.

Het logische en eenvoudige idee om in Dunbar bij het station te parkeren gaat niet door. Ondanks de borden kan ik het station niet vinden. Dan maar op een andere parkeerplaats dichtbij. Vanavond vind ik Suuz wel weer.

Voor het John Muir’s Birthplace House staat niets wat het begin van een wandelpad aangeeft. Ik weet welke kant ik op moet en gelukkig staat er op mijn kaart een kleine uitlichting van Dunbar. Zo weet ik met veel gepuzzel het begin te vinden. Het eerste bordje is voorlopig ook het laatste. Ruim drie kwartier volg ik op goed geluk een pad langs de golfbanen. Aan het eind spreek ik een lokale wandelaar met hond aan met de vraag of hij weet of ik nog op het J.M. pad loop. Gelukkig, ik loop nog goed. Het is heel mooi wandelen tussen strand, duinen en golfbanen. Eerst veel uitzicht op de Bass Rock, later kwam N.Law, een steile punt bij North Berwick in beeld. Heel af en toe zag ik een bordje. Veel keuzes heb ik op de gok gemaakt. Een keer ben ik terug gelopen.

20160804_101404b

Scouts in Schotland. Net toen ik langs kwam werden ze geïnspecteerd.

Tegen het middag uur kwam ik in East Linton. Koffie dat wilde ik. De weg kwam in het plaatsje op een T-splitsing uit. Links of rechts voor het centrum. Ik koos rechts. Nee voor koffie had ik de andere kant op gemoeten vertelde een man aan wie ik het vroeg. Hij was ook onderweg naar het centrum. Waar of ik vandaan kwam?
‘From the Netherlands’.
‘Where in the Netherlands?’
‘Zwolle’ antwoorde ik in de verwachting dat hij er nog nooit van gehoord zou hebben.
Yes, Zwolle kende hij.
‘YOU know Zwolle??’ antwoorde ik stomverbaasd.
‘They have a footballclub!’ was zijn simpele verklaring.
Tsjonge jonge. Dankzij PEC staan we op de kaart.

De koffie met Brownie ging er bij mij goed in. Het was mijn eerste bakje koffie van die dag. Ik had gehoopt op horeca onderweg….. tevergeefs. De Co-op verkocht een Sandwich Shrimps & rocket salad met een scherp fris citroenachtig sausje ertussen. Subtiel en lekker!

In de verte N.Law. Een vulkaankegel in North Berwick

In de verte N.Law. Een vulkaankegel in North Berwick. Langzaam maar zeker kwam ik dichterbij.

Een keer ben ik echt verkeerd gelopen. Een bord aan een B-weg stuurde me links af. Het hekje in de muur eronder zag ik over het hoofd en ik liep eindeloos te zoeken naar het pad rechtsaf. ± 1km verder ging ik weer terug. Het pad liep achter de muur!

Dit hekje had ik in eerste instantie niet opgemerkt.

Dit hekje had ik in eerste instantie niet opgemerkt.

In de middag liep ik beter door. ’s Morgens had ik uitgerekend dat ik tussen 5 en 6 uur in North Berwick kon zijn. N. Law werd langzaam steeds groter. 20160804_151212
20160804_15452315:45 liep ik langs de toegangsweg naar de top van de N.Law (een vulkaankegel van 187 m hoog) aan de rand van North Berwick. Ik liet de bordjes voor wat ze waren en ging meteen op zoek naar het trein station. North Berwick heeft een kopstationnetje de vertrekkende trein heeft maar één richting: Edinburgh. Ik was van plan het volgende stationnetje, Drem over te stappen op de stoptrein naar Dunbar. Op de kaart leek het heel simpel.
Ik vertelde dit alles aan de conductrice en ze ging aan het werk met haar kaartjescomputer. Het duurde lang. Erg lang. Ze kwam er niet uit. Toen moest eerst de trein vertrekken uit North Berwick en andere passagiers van een kaartje voorzien worden. Bij mij terug ging ze verder met het gevecht met haar kaartjescomputer. Volgens de computer moest ik naar Edinburgh Waverly want op Drem stopte geen trein die ook naar Dunbar ging. Op Edinburgh kon ik wel met de stoptrein naar Newcastle en bij Dunbar uitstappen. Prijs: £16, -! Dat vond ze voor de afstand North Berwick – Dunbar te gortig. Ik ook ze liggen op loopafstand van elkaar….. ik mocht gratis naar Edinburgh Waverly en daar moest ik een kaartje naar Dunbar kopen.
Oké!
Bij het uitstappen op Edinburgh liepen de passagiers in een controle fuik. Iedereen die nog geen kaartje had moest achteraan aansluiten. Met de houding van de NS in het achterhoofd werd ik daar niet vrolijk van. Zou het een probleem zijn dat de conductrice me zonder kaartje had laten reizen? Wat opviel was dat er geen onvertogen woord viel. Veel mensen hadden geen kaartje. Na opgave van reisbestemming kocht men een kaartje, rekende af en liep verder. De kaartjes verkoopster bij wie ik aan de beurt was zelfs heel blij dat ik gepast met veel losse ponden afrekende. Pfeww! Hoefde ik ook niet meer te zoeken naar de kaartjes loketten. Nu nog het perron zien te vinden waar de trein naar Newcastle vertrok. Perron 19. Ik had zelfs nog tijd om bij de Costa een koffie te scoren.20160804_171929

Op het perron verscheen later een man met een trom. Niet echt met een trom, maar wel duidelijk roepend en uitleggend dat we verkeerd stonden. Het was niet zomaar een trein die eraan kwam, maar de Caledonian Sleeper*) naar London Kings X! Zo verschrikkelijk lang zou die zijn dat de ‘gewone’ reizigers achter hem aan moesten lopen een flink eind verder op het zelfde perron. Oké, zolang ik maar in Dunbar uit mocht stappen? Tuurlijk, dat was het eerste station waar de trein stil zou staan.
20160804_175626bZonder problemen kwam ik in Dunbar aan. Mazzel dat ik vanmorgen met motor het station niet gevonden had, op het station moest betaald geparkeerd worden. Nu moest ik 5 min verder lopen naar de gratis parkeerplaats.

±18:00 was ik weer op de camping. Weer met motor heb ik Indian Take away gehaald. Een Saag Lamb met 2 naan broodjes erbij. Het was heerlijk afgezien van de naan die vooral droog en smakeloos was.
Toetje: Whisky bij de tent.

*) die hadden we de afgelopen jaren al eerder gezien o.a. in Fort William waar hij vertrekt. Een van onze nog uit te voeren reiswensen zijn om met openbaar vervoer naar London te reizen en vanaf daar met de Caledonian Sleeper naar Schotland te reizen. We zijn al eens eerder met het ov door Schotland getrokken en dat was fantastisch!

Dunbar

Met Passing Point.

Met Passing Point.

Ad reed er zo naar toe. De laatste afslag vanaf de A1 was wat tricky. We zagen het bord laat, ik moest flink remmen. Voor me zag ik hoe Ad naar rechts(!) keek voor hij in de slipstream van een andere auto de rechter rijbaan overstak. Ik stond stil op het voorsorteer vak en realiseerde me dat ik naar links moest kijken om te zien of de weg vrij was. Niet dus. Het duurde even voor ik kon oversteken.

Na het razen over de A1 heeft het single-lane-weggetje naar de camping een hoog “weg‑van‑de‑snelweg” gehalte. Schitterend duinlandschap. Het langzame rijden waarbij je bij ieder passingpoint moet wachten op de tegenligger die eerst komt heeft een rustgevend effect.

Over koken op de camping hebben we de volgende afspraak: bij droog weer draai ik op de Trangia iets simpels, bij regen halen we ergens eten. De aankomst dag in Dunbar was het mooi weer. wisselend bewolkt en droog. Bij een van de twee Co-op winkel die het klein plaatsje rijk was haalde ik een zakje gare rijst, Co-op Tikka Massala en een pakje worstjes. Thuis had ik de Trangia al getest. Het duurt heel even voor hij warm is, daarna gaat het hard.

Na enige tijd kunnen de andere ingrediënten erbij;

Toetje: Whisky bij de tent.